tip een vriend

Veelgestelde vragen met antwoorden

De gemeente krijgt veel vragen binnen over het strooien van de wegen, fietspaden en voetpaden. Hieronder enkele veelgestelde vragen met de antwoorden.

1. Waarom wordt mijn straat niet gestrooid?
De gemeente kan niet overal strooien. Ook is het lastig om alles tegelijk te strooien. Daarom wordt er onderscheid gemaakt in 'hoofdroutes' en 'aanvullende routes'. Er is een grote kans dat u in een straat woont, die niet behoort tot de hoofdroutes. De gemeente strooit niet in gewone woonstraten, 30 km/uur gebieden, voetgangersgebieden. Ook niet op fietspaden, die geen deel uitmaken van de hoofdfietsroutes, stoepen, voetpaden, woonerven en parkeerterreinen.

2. Wie bepaalt waar wanneer wordt gestrooid?
De gemeente bepaalt de wijze en volgorde voor het bestrijden van gladheid op de wegen. Het weer en de voorspellingen bepalen de voorrang. De hoofdroutes en de fietsroutes spreken voor zich. Die hebben voorrang, daarna komen pas de aanvullende routes. Als de overlast groot is, of als er zouttekorten zijn of dreigen, bestaat de kans dat de strooiwagens alleen de hoofdroutes en de fietsroutes aan doen.

3. Hoe wordt gladheid voorkomen?
Als de voorspellingen aangeven dat er grote kans op gladheid is, wordt er preventief gestrooid op hoofdroutes en fietsroutes. Dit wordt gedaan om gladheid zo goed mogelijk te voorkomen in plaats van te bestrijden. Zolang het sneeuwt en ijzelt, bestrijden we continue de gladheid. Als alle machines voor de hoofdroutes moeten worden ingezet, kan er in de wijk en op andere routes niet frequent worden gestrooid. En de gladheid kan dan niet worden voorkomen. De weggebruiker blijft zelf verantwoordelijk om voorzichtig te zijn en is zelf aansprakelijk bij eventuele ongelukken.

4. Welke prioriteiten gelden bij het strooien?
De gemeente stelt 3 niveaus in.
a. hoofdroutes voor auto’s en fietsers (preventief)
b. secundaire wegen, wijkhoofdontsluitingswegen en industrieterreinen 
c. wijken omgeving scholen, instellingen en winkelcentra   

5. Waar strooit de gemeente niet?
De gemeente strooit niet in gewone woonstraten, 30 km/uur gebieden en voetgangersgebieden. Ook op fietspaden, die geen deel uitmaken van de hoofdfietsroutes, stoepen, voetpaden, woonerven en parkeerterreinen wordt niet gestrooid. De gemeente strooit wel op het eerste niveau het wandelgebied van het centrale station van ’s-Hertogenbosch tot in de binnenstad en het wandelgebied in de binnenstad.

6. Hoe geef ik een vraag of melding aan de gemeente door?
U kunt ook een digitale melding of bel met het meldpunt Openbare Ruimte, tel (073) 615 55 55.

7. Hoe kan ik zien waar de gemeente strooit?
De gemeente heeft een hoofdroute voor auto’s en voor fietsers. Ook is er een lijst waar alle straatnamen op staan waar wordt gestrooid.

8. Wanneer wordt er gestrooid?
Afhankelijk van de weersverwachting wordt bepaald of we gaan strooien. We gaan ook strooien als gladheid op komst is. Hiervoor is een rechtstreekse verbinding met een weerbureau zoals Meteo Consult in Wageningen. Doorgaans gaan strooiauto’s niet tijdens de ochtend- of avondspits rijden. Omdat dit (te) veel hinder oplevert voor het overige verkeer. Ook om te voorkomen dat de strooiwagens vast komen te staan in het verkeer. Als er sneeuw valt rond de spits, dan is het mogelijk dat we pas na de spits sneeuw gaan ruimen.
Dit kan door het schuiven en/of borstelen van de weg. De sneeuw kan alleen worden verplaatst bij een bepaalde snelheid, die tijdens de spitsuren meestal niet kan worden gehaald. Bij voorkeur wordt er preventief gestrooid voor de spits. Er wordt ook gestrooid tijdens ijzel en sneeuwval. Hierbij is het tijdstip van bestrijden afhankelijk van het weer en de verwachtingen.

9. Welke fietspaden worden gestrooid?
De hoofdfietsroutes worden gestrooid. Deze routes zijn te zien op deze kaart. Als u met de fiets op pad gaat, dan kan het zijn dat uw 'vaste' fietsroute niet geheel gestrooid is. De belangrijkste fietspaden in de gemeente staan in de hoofdfietsroute. Maakt u zo veel mogelijk gebruik van deze hoofdfietsroutes. Hierdoor is het effect van het strooizout groter. Als er meer mensen overheen fietsen, kan het zout beter zijn werk doen.

10. Strooit de gemeente in winkelgebieden?
Winkelcentra worden gestrooid wanneer er voor meerdere dagen gladheid wordt voorspeldt. De voorrang ligt bij de binnenstad van ’s-Hertogenbosch en het centrum van Rosmalen. De winkelgebieden hebben niet de eerste prioriteit (die ligt bij hoofdroutes). Het kan voorkomen dat de strooiwagens alweer naar de hoofdautoroutes en hoofdfietsroutes toe moeten, voordat we eigenlijk klaar zijn met het strooien rond de omgeving van de winkelcentra.

11. Waarom wordt er in mijn (woon)straat niet gestrooid?
De gemeente strooit alleen op hoofdroutes. Er wordt niet in de wijken gestrooid, omdat we dan 20 keer meer strooizout, mensen en machines nodig zouden hebben. De gemeente heeft niet het vermogen en (geld)middelen om alle straten, paden en stoepen te strooien. Ook is het veel te belastend voor het milieu.

12. Wat kan ik zelf doen om gladheid te bestrijden?
Als bewoner, bedrijf, school of instelling bent u zelf verantwoordelijk voor het begaanbaar houden van de stoepen en voetpaden in uw directe omgeving. Kijk ook op strooitips (link). De gemeente vindt het fijn als u meehelpt met het ruimen van sneeuw.

13. Kan ik bij de gemeente strooizout krijgen?
De gemeente geeft geen strooizout aan bewoners en bedrijven. Zout is te koop in de supermarkt of bij de bouwmarkt.

14. Waarom is er nog niet gestrooid bij de school, het winkelcentrum, het verzorgingshuis?
Er zijn diverse redenen waarom er nog niet gestrooid is op de plek waar u komt:

  • In de wijken wordt alleen gestrooid bij aanhoudende gladheid en alleen op werkdagen als we mensen en materiaal kunnen inzetten. Het is dan ook niet mogelijk om gladheid in de wijken te voorkomen.
  • Er valt zo veel sneeuw dat alle strooiwagens voortdurend nodig zijn om de hoofdautoroutes en hoofdfietsroutes begaanbaar te houden.
  • Er is een tekort aan strooizout.


15. Kan ik op Google Maps zien waar er gestrooid is?
Nee, helaas kunt u dit niet zien via Google Maps. Er is wel een kaart met de hoofdroutes daarop aangegeven.

16. Wat gebeurt er met mijn melding?
Wij nemen een melding over gladheidbestrijding aan en behandelen deze zeer serieus. Alle meldingen registreren we en we zijn dankbaar voor deze meldingen. Deze geven een beeld over hoe de stad er bij ligt en waar nog echte knelpunten liggen. Het Meldpunt geeft deze informatie door aan de gladheidbestrijders. In een periode van sneeuw en gladheid komen er bij de gemeente veel meldingen binnen. Het is dan niet mogelijk om op alle meldingen een antwoord of reactie te geven.
 
17. Strooit de gemeente ook bij de school?
De gemeente strooit de straten bij scholen alleen bij aanhoudende (meer dagen) gladheid. Het strooien in de wijken heeft de laagste prioriteit. De gladheid rond scholen kan ook niet worden voorkomen. De gemeente strooit niet op het schoolplein, voetpaden of opritten. Dat is de verantwoordelijkheid van de school zelf.

18. Hoe werkt het zoutloket?
Het zoutloket is geen loket waar particulieren zout kunnen halen, maar een verdeelregeling voor overheden. Als er tekort dreigt aan strooizout, bepaalt Rijkswaterstaat de prioriteiten. Het zoutloket is het (virtuele) verzamelpunt van al het beschikbare zout. Diverse gemeentes plaatsen daar hun verzoek voor strooizout en Rijkswaterstaat bepaalt wie, wanneer, hoeveel zout krijgt.

19. Is de gemeente aansprakelijk voor schade door gladheid?
De gemeente is niet verplicht om alle wegen altijd sneeuw- en ijsvrij te houden. Dit is een onmogelijke opgave. De gemeente is dan ook zelden aansprakelijk voor schade door gladheid. Weggebruikers zijn zelf verantwoordelijk hun rijgedrag en snelheid aan te passen aan de omstandigheden.

20. Waarom wordt er niet gestrooid bij verzorgingshuizen?
De gemeente probeert verzorgingshuizen meer service te geven op het gebied van gladheidbestrijding. Daarom is pas naar alle instellingen een brief gestuurd waarin informatie staat over het leveren van pekelwater. De gemeente kan op verzoek van de zorginstelling een pekeltank (zoutwater) plaatsen. De zorginstelling kan het pekelwater gebruiken om de gladheid van de stoepen tegen te gaan. Het is wel de eigen verantwoordelijkheid van de instelling om hun stoepen te strooien. Helaas is het voor de gemeente niet mogelijk alle stoepen te strooien.

home