Participatiewet aan zet!

22 juni 2020
Participatiewet aan zet!

Wethouder Van Olden biedt, samen met vele Brabantse bestuurders van gemeenten, werknemers- en werkgeversorganisaties, Staatssecretaris Van Ark het manifest ‘Participatiewet aan zet!’ aan. Kernboodschap: Verhoog de begeleidingsvergoeding naar realiteit en verdeel de vergoeding voor begeleiding en loonkostensubsidie naar realisatie.

Wethouder Van Olden: “We maken ons ernstige zorgen over die groep mensen die blijvende zorg nodig heeft om goed aan het werk te komen en te blijven. De kwetsbaren op de arbeidsmarkt mogen niet de dupe worden van een gebrek aan middelen.”

“De urgentie is nog groter geworden door de coronacrisis. Met oplopende uitkeringsbestanden zal de nieuwe instroom met veelal een korte afstand tot de arbeidsmarkt veel aandacht krijgen. Laat dat niet ten koste gaan van mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Juist nu is het belangrijk dat we hier met elkaar op gefocust zijn en blijven.”

“We zijn vijf jaar onderweg met de Participatiewet. We zijn er de afgelopen jaren in geslaagd om gesubsidieerde arbeid nieuwe stijl - zowel in Banenafspraak als Beschut - vorm te geven in behoorlijke omvang. Maar de kosten om mensen met loonkostensubsidie aan het werk te krijgen, zijn hoger dan de budgetten. Uit eigen ervaring en onderzoek blijkt dat er veel meer middelen nodig zijn om mensen duurzaam te laten uitstromen. We zijn erin geslaagd om veel mensen aan het werk te krijgen, maar er is meer geld nodig. ”

“De huidige en nieuw voorgestelde verdeling van de budgetten staat los van feitelijke prestaties. De wereld op zijn kop. Want in de praktijk betekent dit dat er gemeenten zijn die geld krijgen voor deze belangrijke taak, maar dit geld daar niet aan besteden. De gemeenten die wél hun verantwoordelijkheid nemen en mensen daadwerkelijk aan het werk krijgen, komen vervolgens nog meer geld tekort voor goede begeleiding en loonkostensubsidie Dit moet en kan anders.”

“We wachten op de reactie van Staatssecretaris van Ark over hoe zij denkt invulling te gaan geven aan deze oproep.”